Geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk : De Normandische periode
|
Beelden Engeland |
Van 1066 tot 1204 waren Engeland en Normandië met slechts geringe onderbrekingen door een personele unie verbonden. Daardoor raakte Engeland bij continentale verwikkelingen betrokken. Willem de Veroveraar onderdrukte opstanden tegen zijn gezag met de hulp van de militairen die met hem meegekomen waren en zich in Engeland hadden gevestigd. Hij gaf alle verantwoordelijke posities in het rijk en in de kerk aan zijn continentale getrouwen. De boeren, die reeds tevoren onvrij waren geworden, werkten voor de nieuwe meesters. Buiten de oude Danelaw nam de onvrijheid van de boeren over de gehele linie toe. Willem de Veroveraar werd in Engeland in 1087 opgevolgd door zijn zoon Willem II Rufus, die regeerde tot 1100. In 1106 werd Robert III, oudste zoon van Willem de Veroveraar en diens opvolger in Normandië, door zijn jongste broer, Hendrik, koning van Engeland sinds 1100, verslagen in de Slag van Tinchebrai. |
Hierdoor werden Normandië en Engeland weer onder één kroon verenigd. Sinds 1120 zonder mannelijke opvolgers, trachtte Hendrik I de groten in het rijk door eden aan zijn dochter Mathilde te binden. Bij zijn dood (1135) eiste zijn neef, Stefanus van Blois, echter de troon op. De volgende negentien jaren worden gewoonlijk ‘de anarchie’ genoemd. Mathilde, gemalin van Geoffroy Plantagenet, graaf van Anjou, trachtte haar rechten op de Engelse troon te verwezenlijken. Het resultaat was een burgeroorlog. De daadwerkelijke regering van het land werd zeer bemoeilijkt, maar het staatsgezag ging niet totaal ten onder. De verwoestingen van de burgeroorlog teisterden bepaalde streken zeer, zoals de Fens, waar Geoffrey de Mandeville huishield. In 1148 gaf Mathilde de strijd op, maar in 1153 werd Stefanus gedwongen Mathildes zoon Hendrik Plantagenet, graaf van Anjou en hertog van Normandië, als opvolger te erkennen. Encarta |
![]() Aangepast zoeken
|