Geschiedenis van Rome |
| Beelden Italië |
31/08/11
|
|
Na de val van het Romeinse Rijk in het Westen bleven aanvankelijk de oude instellingen, zoals Senaat en conculs, in Rome zelf nog bestaan. Theodorik de Grote deed zijn uiterste best de klassieke tradities te handhaven of te herstellen. De eigenlijke ondergang van de stad had plaats tijdens de oorlogen tussen Byzantijnen en Ostrogoten. Tijdens de veldtochten van Belisarius en Narses (536–552) werd de stad verschillende malen belegerd en veroverd en hierbij werden vele oude monumenten volkomen verwoest, terwijl de bevolking tot enkele tienduizenden slonk. Zolang het gezag van de Byzantijnen zich in Italië kon handhaven, was Rome onderworpen aan de exarch van Ravenna. Toen echter door de veroveringen van de Longobarden na 568 het Romeinse gebied geïsoleerd kwam te liggen, wist de paus meer en meer de macht aan zich te trekken. |
Een eerste aanzet hiertoe was reeds de pragmatieke sanctie van 554, waarbij de Romeinse bisschop een zekere invloed had gekregen op het bestuur van de stad. In de jaren tot 772 nam de pauselijke macht steeds meer toe, terwijl er van Oost-Romeinse invloed weinig sprake was. Het samengaan van paus en Karolingen deed deze macht nog toenemen. Bij de teloorgang van de macht van de Karolingen daalde ook de macht van de paus en verschillende aanzienlijke families deden hier hun voordeel mee; in feite werd door hen in eindeloze twisten en gevechten over de pauskeuze beslist. De Saracenen plunderden in 846 Trastevere en toen Leo IV dit deel versterkte, werd de tegenstelling tussen de paus en de stad nog duidelijker. Aan de invloed van de adel kwam een eind door het optreden van de Duitse keizers, zij het tijdelijk. |
Otto I kon nog vrij een paus onder zijn auspiciën laten benoemen, doch onder Otto III kwam de aristocratie opnieuw naar voren. In 998 had de opstand van Giovanni Crescenzi plaats en na de dood van Otto III in 1002 vergrootte zich de invloed van de graven van Tusculum bij de pauselijke benoemingen. Het optreden van Hendrik III in 1045 was eigenlijk een intermezzo, want in 1059 kwam de pauskeuze aan het college van kardinalen, waardoor zowel de keizer als de Romeinse adel hun invloed verloor (vgl. het door Gregorius VII gewonnen conflict met Hendrik IV). De stad had aanzienlijk te lijden van de Noormannen, die in 1084 door Gregorius te hulp geroepen waren tegen Hendrik IV. De strijd tussen keizer, paus, volk en adel duurde echter nog voort onder Paschalis II; vooral de geslachten van de Pierleoni en Frangipani betwistten elkaar de macht. Het kwam zelfs in 1143 tot een Romeinse republiek: de paus werd buiten de stad gehouden en een Senaat en een volksvergadering oefenden de macht uit. Deze toestand duurde tot 1156, toen Hadrianus IV weer in Rome kon komen. Frederik Barbarossa kon tussen 1167 (Slag bij Tusculum) en 1176 (Slag bij Legnano) grote invloed in Rome uitoefenen; daarna was paus Alexander III in het onomstreden bezit van de macht. Na zijn dood echter ontbrandden de partijtwisten opnieuw, totdat Innocentius III het pauselijk gezag versterkte. Tijdens Frederik II woedde de strijd tussen de Colonna en de Orsini (resp. Ghibellijnen en Welfen) in ongekend hevige mate. |
![]() |
Vatican Kerk. Beeld E. Buchot |
Een intermezzo vormt het bewind van Brancaleone, een edelman uit een Bolognees geslacht, die als podestà met de uiterste gestrengheid heerste, o.m. vele edelen liet ombrengen en de gilden steunde. Na zijn dood (1258) laaide de strijd tussen de Colonna en de Orsini weer op. Karel van Anjou, door de Welfische partij te hulp geroepen, bezette in 1264 de stad en hield haar tot 1282 in bezit. |
De Babylonische gevangenschap der pausen (1309–1377) vergrootte slechts de wanorde in Rome. Noch Hendrik VII noch Lodewijk IV de Beier kon iets uitrichten, wel wist Robert van Napels in 1327 Rome in zijn macht te krijgen. Cola di Rienzo (1337–1354), appelleerde bij de bevolking aan de oude Romeinse glorie en werd 'volkstribuun', doch adel en paus brachten hem ten val. In 1362 werd na veel moeite de pauselijke macht in Rome hersteld, maar door het schisma van 1378 zagen de Colonna en de Orsini hun kans weer schoon en Ladislaus van Napels, door de paus te hulp geroepen, moest enige malen optreden en Rome bezetten. In 1417 werd ten slotte op het Concilie van Konstanz de Colonna-paus Martinus V gekozen; het schisma werd beëindigd en met Rome en Napels werd vrede gesloten. De Colonna en de Orsini werden weggevaagd tijdens de pausschappen van resp. Sixtus IV (1471–1484) en Alexander VI (1492–1503). De pausen waren nu de onomstreden meesters van Rome en met de renaissance ontstond een ware concurrentieslag ter verfraaiing van de stad: Julius II, die droomde van een vereniging van Italië onder de paus, maakte een begin met de bouw van de St.-Pieter. Deze geweldige activiteit en bloei vonden een triest einde in de beruchte Sacco di Roma (1527). Een reactie tegen de renaissancegeest kwam tot uiting onder Paulus III (1534–1549), die zo streng regeerde dat na zijn dood een gevaarlijke opstand uitbrak. Onder Pius V (1585–1590) namen veiligheid en welvaart toe; de rechtspraak werd verbeterd, evenals de financiën. |
![]() |
Oud huis in Rome. Beeld E. Buchot |
Rome werd opnieuw, ditmaal door de Contrareformatie, een Europees middelpunt, waaraan de voorname families, w.o. de Aldobrandini, Barberini, Borghese en de Farnese, door hun levensstijl en hun paleizen luister bijzetten. "Rome" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|