Geschiedenis van Parijs |
Beelden Frankrijk |
26/08/11
|
De oorsprong van Parijs lag op het eiland (thans Île de la Cité) in de Seine, waar een nederzetting van de Gallische stam der Parisii was gevestigd. In 52 v.C. werd de plaats veroverd door de Romeinen, die haar de naam Lutetia gaven. In 356 vestigde keizer Flavius Claudius Julianus er zijn residentie. Hoewel de Frankische koning Chlodovech I in 508 Parijs, dat hij kort tevoren op de Romeinen had veroverd, als residentie koos, werd het door zijn opvolgers verlaten. Naarmate de territoriale en politieke macht van de dynastie der Capetingen, voortgekomen uit de graven van Parijs, groeide, nam de belangrijkheid van de stad toe. In de 12de eeuw kreeg Parijs zijn eerste privileges, maar bleef onderworpen aan het koninklijk gezag, dat werd uitgeoefend door de prévôt royal. Er heerste een voortdurende strijd tussen het koopliedengilde van Parijs onder leiding van de prévôt des marchands en het koninklijk gezag, die pas na een mislukte staatsgreep van Étienne Marcel (1358) zou eindigen met een nederlaag van het gilde. Onder Filips II August kreeg de stad nieuwe privileges (stapelrecht) en werd ze een centrum van bestuur. |
De bebouwde delen op de beide oevers van de Seine werden met muren omgeven. De roem van de Parijse scholen maakte de Franse hoofdstad tot het intellectuele centrum van West-Europa. Het steeds toenemende inwonertal van de stad, haar centrale ligging en haar functie van hoofdstad van een sterk centraliserende monarchie waren oorzaak van de doorslaggevende rol die Parijs in de Franse geschiedenis heeft gespeeld, o.a. in de Honderdjarige Oorlog en de Franse godsdienstoorlogen. Omdat Parijs van oudsher een vrij rumoerige bevolking had, verkozen reeds de koningen uit het Huis Valois (begin 14de tot eind 16de eeuw) hun residentie te vestigen buiten Parijs. Na de Fronde (1648–1653) gaf ook Lodewijk XIV er de voorkeur aan buiten Parijs te verblijven. |
Bij het uitbreken van de Franse Revolutie waren het weer de gebeurtenissen te Parijs die de toon aangaven. De in 1789 opgerichte Commune van Parijs, het doorgaans radicale gemeentebestuur van de stad, werd door het Directoire afgeschaft; het stadsgebied werd ingedeeld in twaalf arrondissementen. Napoleon I Bonaparte stelde het geheel onder het gezag van de prefect van het departement Seine en van een bijzondere politieprefect. De industriële revolutie bracht stijgende welvaart voor de opkomende burgerij, maar tevens een sterke groei van een explosieve arbeidersmassa, die zich in de oude wijken ophoopte. De sociale tegenstellingen vlamden in grote hevigheid op tijdens de Duitse belegering (1870–1871). |
![]() |
Geschiedenis van Parijs. Beeld E. Buchot |
De revolutionaire Commune van Parijs werd meedogenloos onderdrukt en liet haar sporen in het stadsbeeld duidelijk na. In de Tweede Wereldoorlog werd Parijs door de Duitsers bezet (juni 1940). Op 19 augustus 1944 brak tegen hen een opstand uit nog voor een Franse divisie de stad bevrijdde. In de maanden mei–juni 1968 was Parijs het centrum van de Meirevolte. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta. |
Tilpasset søgning
|