Geschiedenis van Libanon |
| Foto's van Libanon |
20/08/11
|
Het gebied van Libanon maakte deel uit van de verschillende grote rijken die in de oudheid na elkaar de heerschappij in het Nabije Oosten uitoefenden. Diverse onafhankelijke stadstaten (Tyrus, Sidon, Byblos) kwamen hier omstreeks 1000 v.C. tot ontwikkeling (zie ook Fenicië). Een uit Constantinopel gevluchte christelijke sekte, de monotheleten, stichtte in de 6de eeuw n.C. een kolonie op het Libanongebergte. In de 7de–11de eeuw vestigden zich in Zuid-Libanon islamitische ketters, die de sekte der Druzen stichtten. |
Ook werd Libanon het woongebied van de vermoedelijk van monotheleten afstammende christelijke maronieten. Toen na de verdrijving van de Byzantijnse keizer Justinianus II uit Libanon (694) de christenen de krachtige steun van Constantinopel gingen missen, kwam het spoedig tot hevige twisten tussen de Druzen en de maronieten. Politiek behoorde Libanon sindsdien achtereenvolgens tot de rijken van de Omajjaden, Abbasiden, Fatimiden en Mamelukkensultans, tot de Osmaanse sultan Selim I het veroverde (1516/1517). Hoewel deze de voormalige emirs van Libanon hun privileges liet behouden en slechts een kleine schatting hief, braken telkens opstanden uit, o.a. in 1584, ten tijde van sultan Moerad III. Deze zond een strafexpeditie, die grote delen van het land verwoestte. |
De emir Fachr al-Din (1586–1630) wist door intriges, bondgenootschappen (o.a. met Toscane) en militaire middelen tijdelijk de onafhankelijkheid van Libanon en een deel van Palestina te bewerkstelligen, wat het land vooruitgang en de christenen grotere bewegingsvrijheid bracht. Sultan Moerad IV maakte daaraan echter ten slotte een eind. Daarna was Libanon tot het midden van de 19de eeuw herhaaldelijk het toneel van burgeroorlogen, zowel tussen de emirs onderling als tussen de verschillende sekten. Dit noopte dan ook de Osmaanse regering tot het opnieuw verscherpen van haar controle (1840). |
![]() |
Fachr al-Din. Beeld 123rf.com |
Het land kwam nu onder bestuur van een Druze en een maroniet, onder oppertoezicht van de pasja's van Saïda en Beiroet. De Osmanen trachtten hun invloed te versterken door het zaaien van tweedracht tussen maronieten en Druzen, hetgeen ten slotte uitliep op een massamoord van de maronieten (1860). Dit leidde tot interventie van het Westen, waarna Libanon (het Libanongebergte) een autonoom district van het Turkse Rijk werd. |
Zijn natuurlijke havens, Beiroet, Saïda (Sidon) en Tripoli, bleven echter onder direct Turks bestuur. Tussen 1864 en 1914 genoot Libanon rust en een betrekkelijke welvaart. Veel Druzen trokken weg en het aantal christenen steeg tot een graad van overbevolking, zodat velen emigreerden. Met de Eerste Wereldoorlog eindigde de welvaart. De Turkse bezettingstroepen schuimden het land af, dat aan hongersnood ten prooi viel. In 1920 werd Libanon een Frans mandaatgebied en werden zijn huidige grenzen vastgesteld. Bij het Libanongebergte werden gevoegd de kuststrook, het zuiden en de Bekaavallei. Onder Frans bewind maakte het tot 1936 een periode door van een betrekkelijk vreedzame politieke ontwikkeling en geleidelijke economische groei. Er heerste in demografisch zowel als in politiek opzicht een zeker evenwicht tussen christenen van alle gezindten en islamieten (orthodoxe en heterodoxe). Het vooral onder de islamieten verbreide nationalisme (arabisme) was voor Frankrijk tijdens de Volksfrontregering van Léon Blum aanleiding om een constitutionele hervorming in de richting van een grotere Libanese onafhankelijkheid te entameren. Een in 1936 met dit doel gesloten Frans-Libanees verdrag werd na de val van de regering-Blum door de Franse Kamer niet geratificeerd. De Duitse overwinning op Frankrijk in de zomer van 1940 maakte van Libanon een ‘Vichy-gebied’. |
![]() |
Sultan Moerad IV. |
Medio 1941 werd het door Britse en Vrije Franse troepen bezet. Namens de Vrije Franse regering van generaal Charles De Gaulle kondigde de Franse bevelhebber in het Midden-Oosten, generaal Catroux, de onafhankelijkheid van Libanon af. Toch bleef de Franse controle op het bestuur grotendeels bestaan. De Frans-Libanese spanning leidde in november 1943 zelfs tot de arrestatie van de Libanese president en andere regeringsleiders. Onder Britse en Amerikaanse druk moest Frankrijk in 1946 het veld ruimen. "Libanon" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|