Geografie van Noorwegen |
| Foto's van Noorwegen |
25/07/11
|
De invloed van de pleistocene ijstijden op de Noorse bodem is bijzonder groot geweest. De erosie door het schurende ijs en water overtrof verre de glaciale afzetting. Bergkammen werden rond afgeslepen, diepe dalen ontstonden waar gletsjers hun weg naar het zuiden en westen aflegden. Waar deze de kust bereikten, vormen de uitschuringen in de bodem nu de fjorden. De bekendste van deze fjorden zijn (van noord naar zuid): Porsangerfjord (123 km), Altenfjord, Vestfjord, Trondheimfjord (126 km), Sognefjord (204 km; meer dan 1200 m diep), Hardangerfjord (179 km) en Oslofjord (100 km). Metingen in het jaar 2000 gaven de kustlijn een totale lengte van 83 000 km. Na de ijstijden is het land gestegen; zo komt het dat oude strandlijnen nu 100–300 m boven zeeniveau kunnen liggen (zie ook isostasie). |
In geheel Noorwegen overweegt het hoogland. Meer dan de helft van het land ligt boven 500 m, ca. een kwart boven 1000 m. Het Scandinavisch Hoogland wordt alleen bij Trondheim door lagere delen onderbroken (400–500 m). In het brede dal van de Namsen (210 km lang) ontstonden al vroeg landbouwgebieden (Trøndelag). De hoogste massieven en toppen liggen in het zuiden, nl. in Jotunheim (met als hoogste bergen Glittertind, 2472 m, en Galdhøppigen, 2469 m), in Dovre Fjell (met de Snøhetta, 2286 m) en Jostedal. Op vele plaatsen zijn de hoogste bergen (fjellen) met eeuwige sneeuw bedekt, bij Jostedalsbre zelfs over een oppervlakte van 80 bij 90 km. Imposant is ook het uitgestrekte ijs- en sneeuwgebied van Jotunheim. Het vasteland is aan de zeezijde grotendeels door eilanden omringd, in totaal meer dan 100 000 (ca. 7% van het Noorse territoir), die merendeels onbewoond zijn. |
De grootste groepen worden gevormd door de Lofoten en de Vesterålen. Deze eilanden zijn gedurende de laatste IJstijd niet vergletsjerd, zodat er nog een reeks spitse, scherpkantige bergtoppen op voorkomt (tot bijna 1300 m). In vele gevallen zijn de Noorse meren sterke plaatselijke verbredingen van de rivieren. Het grootste meer, Mjøsa (369 km2), is een onderdeel van de 611 km lange Glomma. Andere grote rivieren zijn Numedalslågen (342 km) en Gudbrandsdalslågen (202 km). De meeste zijn vrijwel onbevaarbaar en hebben alleen betekenis voor houttransport. Ze zijn echter van belang voor de opwekking van hydro-elektrische energie. "Noorwegen," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() |
Noorwegen Landschap. |
Tilpasset søgning
|