Geografie en landschappen van Rusland
|
Foto's van Rusland |
Door de rivier de Jenisej wordt de Russische Federatie landschappelijk in twee vrijwel even grote delen gesplitst. Het westelijke, lage gebied kan verdeeld worden in de Oost-Europese laagvlakte ten westen van de Oeral en de West-Siberische laagvlakte ten oosten van de Oeral. Het hoge deel, oostelijk van de Jenisej, bestaat uit het Midden-Siberische plateau ten westen van de Lena en het Oost-Siberische bergland ten oosten van deze rivier. De Oost-Europese laagvlakte is een zwak golvend gebied dat naar het oosten toe iets oploopt en daar door de Oeral wordt begrensd. Deze vlakte ligt grotendeels op een hoogte van minder dan 200 m, maar sommige heuvelgebieden bereiken hoogten van 300 à 400 m (o.a. de Timanrug, de Valdajhoogte en de Noord-Russische Rug). Grote delen van het gebied worden gekenmerkt door het voorkomen van afzettingen uit het Pleistoceen. In het noorden en westen zijn dit morenen, in het midden fluvioglaciale afzettingen en in het zuiden lössdekken. |
De Oeral, die het gebied in het oosten begrenst, heeft een maximumhoogte van 1894 m, maar is merendeels veel lager. De West-Siberische laagvlakte is een zeer vlak gebied, waarvan het oppervlak geheel gevormd wordt door ongeconsolideerde sedimenten uit Pleistoceen en Holoceen. De monotonie van het reliëf wordt enigszins gebroken door het voorkomen van gedesoriënteerde heuvels (vrijwel nergens hoger dan 200 m) en talrijke meren. Het Midden-Siberische plateau ligt grotendeels op een hoogte van 500 tot 1000 m. Het wordt sterk versneden door rivieren, waardoor soms van het Midden-Siberische bergland wordt gesproken. |
Op het plateau bevindt zich een aantal hogere delen die tot boven de 1000 m reiken, zoals het Byrrangagebergte, het Poetaramagebergte en het Jenisejgebergte. In het noorden van het gebied ligt de Midden-Siberische laagvlakte, waartoe o.a. het Chatangabekken en de delta van de Lena behoren. In het oosten ligt de Viljoejlaagvlakte. Het Oost-Siberische bergland is een door brede dalen versneden hoogvlakte die grotendeels tussen de 1000 en 2000 m hoogte ligt. Slechts enkele jongere gebergten reiken tot boven de 2000 m. Het gebied kan worden verdeeld in het Noord-Siberische bergland, dat de hoogste bergen omvat (tot 4850 m op Kamtsjatka), en het zuidoostelijke Siberische bergland, dat in hoofdzaak bestaat uit een aantal |
![]() |
landschap van Rusland. |
plateaus die op 500 à 1500 m hoogte liggen. Enkele gebergteruggen op deze plateaus bereiken hoogten van 2000 à 3000 m (Witimplateau, 2800 m; Stanovojgebergte, 2482 m). In het grensgebied van de Russische Federatie en Mantsjoerije komen langs de rivieren de Amoer en de Oessoeri laagvlakten voor die grotendeels moerassig zijn. De Russische Federatie kent een sterke klimatologische zonering van noord naar zuid. Deze wordt weerspiegeld in bodem en vegetatietypen: van de toendra en de tajga op de permafrostgebieden in het noorden, via de naald- en loofbossen op podzolen en bruine aarden naar de grassteppen op de tsjernozem "Rusland" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|