Frankrijk
Franse industrie
Beelden Frankrijk

Na een fase van exceptionele groei in de jaren zestig (verdubbeling van de productie) kreeg de industrie, evenals andere sectoren van de economie, te lijden van de crisis. Niettemin steeg de industriële productie mede door de sterk gepropageerde schaalvergroting. De belangrijkste industriegebieden liggen in het noordoosten, ten oosten van de lijn Le Havre–Marseille. Het Parijse stadsgewest is een groot centrum van de verwerkende industrie (auto's, elektrisch en elektronisch materiaal, farmaceutische en fotografische producten). Naast de researchlaboratoria, de ‘haute couture’, de ‘articles de Paris’ (sieraden, juwelen, parfums) en de uitgeverijen zijn ook de voedingsmiddelen- en de verwerkende metaal- en de meubelindustrie er bijzonder goed vertegenwoordigd. De industriegebieden van het noorden en noordoosten (Elzas-Lotharingen) zijn de belangrijkste centra van zware metallurgie, tevens van chemische industrie. De textielindustrie heeft er een oude traditie.

Als derde groot Frans industriegebied fungeert rond Lyon het gebied van Rhône en Alpen. Het oude textielgebied rond Lyon en de oude steenkool- en metallurgiekernen van St-Étienne en Le Creusot kennen een nieuwe ontwikkeling dankzij uitbreiding van de metaalconstructie en (organische) chemische industrie en vooral de goedkope waterkrachtenergie, die in de Alpen de stoot gaf tot moderne elektrochemische en elektrometallurgische bedrijven.

Secundaire industriezones zijn die aan de Middellandse-Zeekust, waar zoutpannen, bauxietmijnen, het aardoliecomplex van Berre en de oude vetstofverwerkende industrie de basis vormen voor een moderne chemische en aluminiumindustrie; er is voorts metaalconstructie, scheepsbouw en meststofproductie. Zuidwest-Aquitanië is een groeiend industriegebied dankzij de elektrochemische en metallurgische bedrijven in de Pyreneeën, de chemische bedrijven van Lacq en de vliegtuigbouw van Toulouse. In Bretagne zijn naast de oude voedingsnijverheid en scheepsbouw ook de auto-industrie en de elektronische constructie sterk uitgebreid. De Franse regering tracht de decentralisatie te bevorderen. In 1984 is een hervormingsplan voor de Franse industrie afgekondigd. Dit plan voorziet o.a. in subsidiemaatregelen voor bedrijven die zich in stimuleringsgebieden vestigen en arbeidsplaatsen creëren.

Frankrijk telt talrijke textielgebieden. Het noorden is het belangrijkste centrum voor de wol- en vlasweefsels, maar is ook een belangrijke katoenproducent. De Vogezen (Mulhouse) en de streek van de Beneden-Seine (Rouen) zijn vooral gespecialiseerd in katoen. Lyon is het grote productiegebied van de synthetische en kunstmatige vezelverwerking. In de Languedoc is Mazamet een gespecialiseerde producent van wollen weefsels. De textielindustrie is overigens in de jaren zeventig verder achteruitgegaan. Confectie is naast Parijs en het noorden verspreid over alle grote centra en vormt een belangrijk uitvoerproduct. De uiterst gediversifieerde metaalconstructie omvat vooral productie van auto's (Parijs c.a., Bretagne, Lyon, Noord-Jura en sinds de jaren tachtig, in het kader van

Franse industrie
Franse industrie.
de industriële herstructurering, in het noorden en in Lotharingen om zodoende nieuwe arbeidsplaatsen te creëren na het verval van de ertswinning), scheepsbouw (St-Nazaire, Bordeaux, Le Havre, Duinkerke, omgeving Marseille), vliegtuigbouw (Parijs, Toulouse, Nice), elektrisch materiaal, o.m. Compagnie Générale d’Électricité (te Parijs [60%], Lyon, Grenoble).

Le Creusot is het centrum van de belangrijke wapenindustrie. Voedingsmiddelenindustrie is sterk verspreid; naast de conservenfabrieken van Bretagne en de biscuiterieën van Nantes is Parijs het belangrijkste centrum.

Aangepast zoeken