Frankrijk
Franse banken
Beelden Frankrijk

De centrale bank is de Banque de France, opgericht in 1800. Meer dan in enig ander land heeft deze zich ontwikkeld tot ‘bank der banken’, in die zin dat door het overige bankwezen in belangrijke mate beroep op de herdiscontofaciliteiten wordt gedaan. Frankrijk is de bakermat van de ‘Crédit mobilier’ (opgericht in 1852). Door het verstrekken van lange-termijnleningen en ook kapitaaldeelneming werd de financiering van de industrie vergemakkelijkt. Ofschoon de Crédit mobilier ten slotte van het toneel verdwenen is, heeft het principe echter ook bij andere nadien opgerichte grote banken een belangrijke rol gespeeld.

In 1945 werden, naast de Banque de France, ook de vier belangrijkste depositobanken genationaliseerd (Crédit Lyonais, Société Général, Comptoir National d'Escompte de Paris en Banque Nationale pour le Commerce et l'Industrie). De beide laatste banken fuseerden in 1966 onder de naam Banque Nationale de Paris tot de grootste depositobank van het land. De belangrijkste kredietinstelling is de onder het ministerie van Landbouw vallende Crédit agricole, die vnl. de financiering van landbouw en regionale economie regelt. In 1982 werden nog eens 32 banken genationaliseerd, wat 95% van alle deposito's onder staatstoezicht bracht.

Tussen 1986 en 1988 werd een aantal grote banken (o.a. de Société Générale en de Crédit agricole) geprivatiseerd. Crédit agricole nam in 2002 Crédit Lyonais over, waardoor een van de grootste banken in de EU ontstond. Voor het algemene toezicht is de Commission de Contrôle des Banques, onder leiding van de minister van Financiën en de gouverneurs van de Banque de France, verantwoordelijk. Het kredietbeleid – belangrijk bij staatsinvesteringen – wordt door de Conseil National du Crédit bepaald.

Frankrijk is na Duitsland en Groot-Brittannié de grootste exporteur van goederen en diensten van West-Europa (5de op de wereldranglijst). Handelsbetrekkingen worden hoofdzakelijk met de andere EU-landen onderhouden, alsmede met de geassocieerde staten.

De belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, België en Luxemburg, Italië en de Verenigde Staten.

De export bestaat vooral uit agrarische producten (wijn, graan, boter en kaas), halffabrikaten, machines, apparaten en auto's. De auto-industrie ondervindt echter sterke concurrentie van de Japanse auto-industrie. Belangrijke importgoederen zijn grondstoffen en energiebronnen, halffabrikaten, industriegoederen en agrarische producten (vooral tropische producten, katoen en wol). Frankrijk kampte tot 1992 met een tekort op de handelsbalans, vnl. door de slechte concurrentiepositie die de industrie van het land inneemt ten opzichte van die in andere, westerse landen. Het overschot op de handelsbalans bedraagt de laatste jaren zo’n $ 5 miljard.

Franse banken
Franse banken.
Aangepast zoeken