Geschiedenis van Frankrijk : De Vijfde Republiek
|
Beelden Frankrijk |
Met volmachten bekleed, kon De Gaulle zijn plannen voor staatkundige hervormingen doorzetten. Meer dan 80% van de kiezers sprak zich op 28 september 1958 uit voor een nieuwe Grondwet, die de invloed van het parlement beknotte en veel gezag in handen legde van de president. De nieuwe gaullistische partij, de Union pour la Nouvelle République (UNR), kreeg dankzij het districtenstelsel (zie kiesstelsel) de grootste fractie in de Nationale Vergadering. De Gaulle werd op 8 januari 1959 als president geïnstalleerd, premier werd zijn volgeling M. Debré, die in april 1962 plaats moest maken voor de ex-bankier Pompidou. Toen ook De Gaulle voor het Algerijnse probleem geen andere uitweg zag dan onafhankelijkheid, kwamen de rechtse politici en militairen, die hem aan de macht hadden geholpen, in opstand. Hun staatsgreep (onder leiding van generaal Salan) te Algiers (22 april 1961) werd echter onderdrukt; hun organisatie van het geheime leger (OAS) bloedde geleidelijk dood. |
Het gezag van De Gaulle werd versterkt doordat bij referendums over omstreden zaken een ruime meerderheid zich voor zijn politiek uitsprak. Zo sprak op 8 april 1962 90,7% van de kiezers zich uit voor de Algerijnse onafhankelijkheid. Met een wijziging van de Grondwet, waardoor de president voortaan rechtstreeks werd gekozen, verklaarde op 28 oktober 1962 61,7% van het electoraat zich akkoord. In maart 1967 behielden de gaullisten samen met hun onafhankelijk-republikeinse bondgenoten ternauwernood de meerderheid. Intussen was de ambtstermijn van De Gaulle in december 1965 met zeven jaar verlengd. Met de machtsoverneming door De Gaulle werd een geheel nieuwe koers ingeslagen, gericht op herstel van de onafhankelijke en invloedrijke positie tussen de grote machten. |
Het dekolonisatieproces werd bespoedigd. De Gaulle wenste de EEG dienstbaar te maken aan een ‘Europa der Vaderlanden’, een Europa dat zich zou moeten uitstrekken van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral. Daartoe moest de invloed van de Verenigde Staten worden teruggedrongen. Frankrijk onttrok zijn troepen in 1966 geheel aan het NAVO-gezag; NAVO-bases moesten worden ontruimd. Het land streefde naar de opbouw van een onafhankelijke kernmacht (februari 1960: eerste atoombom; augustus 1968: eerste waterstofbom; geen ondertekening van het Non-Proliferatieverdrag). Groot-Brittannië werd tot tweemaal toe (resp. in januari 1963 en in december 1967) door een Frans veto uit de EEG geweerd. De betrekkingen met de Bondsrepubliek Duitsland werden nauwer aangehaald door een vriendschapsverdrag (22 januari 1963). Ook werden de betrekkingen met de Sovjet-Unie en de andere Oost-Europese landen verbeterd, waarbij De Gaulle er tegelijkertijd naar streefde de dominerende positie van de Sovjet-Unie in Oost-Europa af te zwakken. Met de Arabische landen werden goede relaties opgebouwd, wat op de betrekkingen met Israël zijn weerslag had. Het paternalistische regime van De Gaulle werd in 1968 geconfronteerd met de Meirevolte, die begon in de universitaire wereld van Parijs en oversloeg op vrijwel de gehele Franse arbeidersklasse, waarmee de studenten zich solidair hadden verklaard. De opstand verliep, nadat aanzienlijke loonsverhogingen en vernieuwingen, o.a. op onderwijsgebied, waren toegezegd. Bij in juni gehouden verkiezingen |
![]() |
Pompidou Frankrijk |
sprak een groot deel van het Franse volk zich uit voor de bestaande verhoudingen. De gaullisten, die met de onafhankelijke republikeinen en andere onafhankelijken een breed front tegen de linkerzijde vormden onder de naam Union pour la Défense de la République, boekten grote winst en behaalden de absolute meerderheid in de Nationale Vergadering. Premier Pompidou werd vervangen door Couve de Murville. |
![]() Aangepast zoeken
|