Frankrijk in de 16e eeuw
|
Beelden Frankrijk |
De tegenstelling Valois-Bourgondië, uitgegroeid tot een strijd tussen Valois en Habsburg, woedde niet slechts in de Nederlanden, maar sinds 1494 ook in Italië om Napels en Milaan. De Italiaanse oorlogen waren slechts de inzet en een onderdeel van de strijd die vooral door Frans I (1515–1547) werd geleverd tegen de Habsburgse omsingeling. Bij de Vrede van Cateau-Cambrésis (1559) gaf Frankrijk Italië, Vlaanderen en Artesië prijs, maar het lijfde Metz, Toul en Verdun, alsmede Calais in. Sinds 1562 werd het land verscheurd door de religieuze en politieke partijstrijd tussen de hugenoten, geleid door de Bourbons, en de katholieken onder de Guises, waartussen de zwakke kroon trachtte te schipperen. Na de moorden op hertog Hendrik de Guise (1588) en op koning Hendrik III (1589) kwam de troon toe aan de Bourbonse hugenoot, Hendrik van Navarra. Door zijn overgang tot het katholicisme nam deze als Hendrik IV (1589–1610) de katholieke Liga de wind uit de zeilen en in 1598 (Verdrag van Vervins) wist hij met Spanje, dat openlijk zijn tegenstanders had gesteund, vrede te sluiten. Hetzelfde jaar verleende hij godsdienstvrijheid aan de hugenoten (Edict van Nantes) en ging zich, bijgestaan door minister Sully, toeleggen op het economisch herstel van het land. |
Aan de hof- en adelsintriges tijdens het regentschap van Maria de Médicis (1610–1617) en de eerste jaren van het persoonlijk bewind van Lodewijk XIII (1610–1643) maakte het krachtdadig beleid van minister Richelieu (1624–1642) een einde. De hugenoten werden in 1628 als politieke macht uitgeschakeld; de adel en de parlementen verloren hun invloed en na 1614 kwamen de Staten-Generaal niet meer bijeen. Om de Habsburgers te vernederen, aarzelde de kardinaal-minister niet in de Dertigjarige Oorlog in te grijpen aan de zijde van de protestantse mogendheden. Zijn opvolger Mazarin (1642–1661) kon daardoor bij de Vrede van Westfalen (1648) de Franse oostgrens afronden met een goed deel van de Elzas. Het neerslaan van het heftig verzet van de adel en de parlementen, de zgn. Frondes van 1648 tot 1653, opende definitief de weg voor de absolute monarchie (zie absolutisme). |
De strijd tegen de Spaanse Habsburgers kon daarna met kracht worden doorgevoerd. Door de Vrede van de Pyreneeën (1659) moesten zij Artesië, een strook van Henegouwen en Roussillon afstaan. Het Spaanse huwelijk van Lodewijk XIV (1643–1715) opende zelfs vooruitzichten op de troon van Spanje. Frankrijk scheen meester van Europa en de koning was meester in Frankrijk. De eens zo rumoerige adel verdrong zich aan het schitterende hof van de Zonnekoning te Versailles (zie Château de Versailles) of diende in het door Le Tellier en Louvois gereorganiseerde leger. Minister Colbert (1662–1683) bevorderde krachtig de industrie, de handel en de overzeese kolonisatie, en in het bijzonder de opbouw van een krachtige zeemacht, maar zijn mercantilisme verwaarloosde de landbouw. De herroeping van het Edict van Nantes (1685) had, door de massale emigratie van de hugenoten die erop volgde, de economie (met name de industrie) een zware slag toegebracht. De Devolutie-oorlog (1665–1669) en de Hollandse Oorlog (1672–1678) verschaften Lodewijk, ten koste van Spanje, Franche-Comté en talrijke grenssteden in de Zuidelijke Nederlanden. In vredestijd liet hij, ten dele op grond van de interpretatie van de vredesverdragen door zijn eigen Chambres de Réunion, de rest van de Elzas en Luxemburg bezetten. De Europese coalities, georganiseerd door de Hollandse stadhouder Willem III, sinds 1688 ook koning van Engeland, hebben in de Negenjarige Oorlog (1688–1697) en de Spaanse Successieoorlog (1701–1714) Lodewijks plannen gedwarsboomd en het Europese evenwicht gehandhaafd. |
![]() |
Hendrik IV. |
Het lichtzinnig beleid van de regent, Filips van Orléans (1715–1723), en van Lodewijk XV (1715–1774) zelf heeft het regime diep geschokt. Het gedeeltelijk staatsbankroet (1720) ten gevolge van de financiële manipulaties van John Law droeg daar veel toe bij. Na de dood van minister Fleury (1743) regeerde Lodewijk XV persoonlijk, maar liet zich leiden door gunstelingen of vrouwen (Madame de Pompadour). De militaire successen in de Oostenrijkse Successie-oorlog (1740–1748) wierpen geen vruchten af. In de Zevenjarige Oorlog (1756–1763), die Frankrijk aan de zijde van zijn oude vijand Oostenrijk voerde, ging de suprematie ter zee en in de koloniale wereld voorgoed op Engeland over. Het Bourbonse familieverdrag met Spanje, Napels en Parma (1761), door minister Choiseul-Amboise in het leven geroepen, kon niet verhinderen dat Canada, Louisiana en de Franse invloed in Voor-Indië verloren gingen. Choiseul kon niettemin nog Lotharingen inlijven (1766) en Corsica aankopen (1768). Onder de regering van de zwakke Lodewijk XVI (1774–1792) werd een aantal financiële hervormingen doorgevoerd door de ministers Turgot (1774–1776) en Necker (1776–1781). In hun halfslachtigheid voldeden zij echter de burgerij niet meer. De deelname aan de Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1778–1783) verbeterde wel het Franse internationale prestige, maar verscherpte het staatsdeficit. De financiële nood dwong de regering uiteindelijk tot het samenroepen van de Staten-Generaal, voor het eerst sinds 1614. |
![]() Aangepast zoeken
|