Bevolking van Nederland : Etnische minderheden |
Foto's van Nederland |
Als gevolg van o.a. buitenlandse migratie kent Nederland een aantal etnische minderheden. Volgens de Adviescommissie Onderzoek Minderheden (ACOM) is er sprake van een etnische minderheid als de cultuur van die minderheid van vreemde origine is. Tot de etnische minderheden in deze zin in Nederland worden gerekend: Mediterrane werknemers en hun gezinnen. Deze categorie omvat in feite tien etnische groepen: Turken, Marokkanen, Spanjaarden, Italianen, Joegoslaven, Portugezen, Kaapverdianen, Grieken, Egyptenaren en Tunesiërs. Ze hebben met elkaar gemeen, dat ze na 1960 als arbeidsmigranten naar Nederland zijn gekomen, c.q. in het kader van wervingsverdragen zijn geworven. |
|||||||||||||||
Ingezetenen van Surinaamse afkomst. Hieronder worden zowel diegenen begrepen die vóór de onafhankelijkheid van Suriname op 25 nov. 1975 naar Nederland kwamen en in het algemeen op grond van de Toescheidingsovereenkomst de Nederlandse nationaliteit hebben, alswel diegenen die na die datum zijn gekomen en in het algemeen Surinaams staatsburger zijn. Ingezetenen afkomstig van de Nederlandse Antillen en Aruba. De 117 000 Arubanen en Antillianen in Nederland zijn ingevolge het Koninkrijksstatuut van 1954 staatsburgers van het Koninkrijk. Vanaf het midden van de jaren tachtig is een derde stroom migranten uit de Antillen op gang gekomen. Na Antillianen die in Nederland kwamen studeren en arbeiders die na de sluiting van de grote raffinaderijen op Curaçao in Nederland werk zochten, kwamen na 1985 vooral jonge, ongeschoolde Antillianen naar Nederland. |
Hun komst ging van meet af aan met problemen gepaard. Deels vanwege hun lage opleiding, deels door hun geringe kennis van de Nederlandse taal. |
De Molukkers. Het gaat hier om ex-KNIL-militairen, die na de ontmanteling van het koloniale Indische leger in 1951 naar Nederland kwamen, hun gezinnen en hun nakomelingen. De categorie Vluchtelingen is een verzamelnaam voor groepen van verschillende nationaliteit die óf op uitnodiging van de Nederlandse regering hier kwamen óf op eigen initiatief arriveerden en vervolgens na een asielaanvrage de status van vluchteling hebben verkregen. Zigeuners. Hoewel deze groep van ca. 1500 personen in het algemeen in woonwagens woont en een trekkend bestaan leidt, onderscheidt zij zich duidelijk van de autochtone woonwagenbevolking door haar cultuur, taal en geschiedenis. Het Centraal Bureau voor de Statistiek hanteert een indeling waarbij gekeken wordt naar het geboorteland van de persoon (1ste generatie) of van een van zijn ouders (2de generatie). Volgens die indeling vormen Turken met 320 000 personen de grootste groep (gegevens 2001), gevolgd door Surinamers (309 000), Marokkanen (273 000) en Antillianen en Arubanen (117 000). |
![]() |
De Domtoren in Utrecht |
Taal |
Officiële rijkstaal is de Nederlandse taal; de Nederlandse standaardtaal wordt Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) genoemd. Deze bovengewestelijke standaardtaal wordt naast en boven een aantal dialecten gesproken. Fries en Nedersaksisch hebben een speciale status. De provincie Friesland is officieel tweetalig. Nedersaksisch wordt voornamelijk in Drenthe gesproken, maar ook in andere delen van Noord- en Oost-Nederland. Verder worden in Nederland door immigranten veel allochtone talen gesproken (o.a. Turks, Arabisch, Sranantongo, Papiamento). "Nederland," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
Tilpasset søgning
|