Economie van Engeland : Industrie
|
Beelden Engeland |
Ondanks het feit dat Groot-Brittannië in tal van industriële sectoren zijn leidende positie verloren heeft, is het land nog steeds een belangrijke producent van wollen goederen (de oudste Britse stapelindustrie), computers en andere kantoormachines, telecommunicatieapparatuur, glas, ijzer en staal. The British Steel Corp. werd begin jaren tachtig gesaneerd en in 1988 geprivatiseerd. Door sluiting van oude fabrieken, invoering van nieuwe technologieën en reductie van arbeidsplaatsen kon de productiviteit behoorlijk verhoogd worden. In 1999 fuseerde het bedrijf met het Nederlandse Hoogovens. In de scheepsbouw kon de productie van off-shore-middelen slechts gedeeltelijk de neergang tegenhouden. De meest expansieve sectoren zijn de elektronica-, chemische- en auto-industrie. Ook de luchtvaart- en ruimtevaartindustrie is belangrijk. De productie reikt van satellieten met burger- en militaire doelen tot hovercrafts. The British Aerospace Corp. is een van de grootste vliegtuigproducenten ter wereld. De chemische industrie staat in Europees perspectief op de derde plaats. |
In Groot-Brittannië zijn sinds 1966 de industriële werkgelegenheid en de productie (als percentage van het bnp) aanzienlijk gedaald. Groei-industrieën hebben zich vooral in het gebied ten westen van Londen, als ook, maar geringer in omvang, in enkele Schotse steden gevestigd. Zie ook Noord-Ierland, Schotland, Wales. Groot-Brittannië is, ondanks de terugval sinds de jaren vijftig, nog steeds een van de belangrijkste handelsnaties. Gemeten naar de som van import en export komt het op de vierde plaats, na de VS, Japan en Duitsland. Het land exporteert luchtvaartproducten, motorvoertuigen, elektrische apparaten, chemische producten, minerale brandstoffen en machines. |
Vooral de uitvoer van ruwe grondstoffen (m.n. ruwe aardolie) maakte een sterke groei door in de jaren tachtig. Ook de uitvoer van diensten nam toe. Na de val van de dollarkoers is Groot-Brittannië wereldwijd de grootste netto-exporteur in het internationale dienstenverkeer. Tegenover een relatieve afname van de economische betrekkingen met de landen van het Gemenebest sinds de jaren zestig staat een toename van de handel met de EU-landen. Oorzaken voor het tekort op de handelsbalans (ruim US$ 27 miljard in 2000) zijn de daling van de prijs van ruwe aardolie, een toename van de import en een grotere binnenlandse vraag |
![]() |
Engeland : Industrie. |
![]() Aangepast zoeken
|