Engeland : Bestuur en samenleving
|
Beelden Engeland |
Het Verenigd Koninkrijk is een constitutionele monarchie, welker staatsbestel echter niet in een grondwet verankerd is. Een belangrijk onderdeel van het Britse staatsrecht is de common law, rechtsregels die historisch gezien in eerste instantie teruggaan op gewoonterecht. Een voorbeeld is de erkenning van het parlement als wetgevend orgaan. Iets dergelijks geldt voor de speciale voorrechten van de beide huizen van het parlement (privileges). De zgn. grondrechten zijn volgens het Engelse systeem een uitvloeisel van de common law; het Habeas Corpus, een rechterlijk bevel om een bepaald persoon voor de rechter te doen verschijnen, is een voorbeeld daarvan. Ook de speciale bevoegdheden van de Kroon (the royal prerogative) vinden hun erkenning in de common law. In deze samenhang is wetgeving ook van belang. De lange rij van documenten in deze categorie begint met de Magna Charta (1215); dan volgen de Petition of Rights (1628), de Bill of Rights (1689), de Act of Settlement (1701), de Act of Union of Scotland, waarbij Schotland en Engeland (Wales inbegrepen) tot een constitutionele eenheid werden gemaakt, de Reform Act (1832), die het proces van rationalisering en democratisering van het kiesstelsel inluidde, en de Parliament Act (1911), welke de wetgeving-remmende bevoegdheid van het Hogerhuis inperkte (maximaal tot twee jaar, later gereduceerd tot één jaar). |
Bij de Parliamentary Commissioner Act 1967 werd het instituut van de Ombudsman ingevoerd, zij het met beperkte draagwijdte. Zie ook parlement. Eind jaren tachtig werd het ontbreken van een geschreven grondwet steeds meer als een gemis en een bedreiging van bepaalde burgerrechten ervaren. De hervormingsbeweging Charter 88 pleit sinds 1988 behalve voor een geschreven grondwet tevens voor een hervorming van het Britse kiesstelsel en voor een grotere vrijheid van informatie. Uit het bovenstaande blijkt dat de gewone wetgever en de gewone rechter de ontwikkeling van het constitutionele recht in Groot-Brittannië bepalen. |
De rechter kan de wet niet toetsen op haar grondwettigheid, daar alle wetten gelijke gelding hebben. Wel bestaat tot op de huidige dag het vermoeden – van belang bij de uitleg van wetten – dat de wetgever de bedoeling niet heeft de common law te veranderen. Uit de twee tot dusverre besproken bronnen (common law en wetten) kan men echter het huidige Engelse staatsrecht slechts ten dele leren kennen. Het is de derde rechtsbron, de conventions, die het eigenlijke karakter van het huidige staatsrecht van Groot-Brittannië bepaalt. 'Engeland" |
![]() |
Koningin Engeland. |
![]() Aangepast zoeken
|