Engeland
Engeland : De 20de eeuw
Beelden Engeland

Aldus steeds meer in de strijd van de Europese mogendheden om de hegemonie in de wereld verwikkeld, moest Groot-Brittannië ten slotte wel met de ene of de andere partij tot een akkoord komen. In 1904 koos het de zijde van Frankrijk (Entente Cordiale ). Koningin Victoria was inmiddels opgevolgd door Eduard VII(1901–1910), met wie het Huis Saksen-Coburg op de troon kwam. Nadat de unionisten van 1885 tot 1905 aan het bewind was geweest, kwam de beurt aan de liberalen, die met Campbell-Bannerman en Asquith als premiers tot 1915 regeerden. In het eerste decennium van de 20ste eeuw kwam een uitgebreide sociale en arbeidswetgeving tot stand. Sinds 1910 was de Ierse kwestie weer acuut aan de orde. Midden in de hevige strijd om de toekomstige status van Ierland werd Groot-Brittannië meegesleept in de Eerste Wereldoorlog. In 1915 werd het kabinet in een coalitieregering veranderd, die in 1916 voor een oorlogskabinet plaats maakte (onder Lloyd George). Koning George V (regeerde van 1910 tot 1936) gaf zijn Duitse titels op en veranderde de naam van zijn dynastie van Saksen-Coburg in Windsor. De onafhankelijkheidsstrijd van de Ieren ging gedurende de oorlog voort. In 1918 werd het algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht ingevoerd.

Na afloop van de oorlog had Groot-Brittannië niet alleen zware verliezen aan mensen en materiaal, maar kwam het bovendien voor talloze zeer ernstige politieke problemen te staan (Ierland, Indië, Palestina, Egypte, verhouding tot de dominions, houding ten opzichte van de Sovjet-Unie, grote moeilijkheden met Frankrijk naar aanleiding van de naoorlogse politiek tegenover Duitsland). Daarbij kwam een grote binnenlandse sociale onrust (arbeiderseisen, stakingen). De eerste Labour-kabinetten traden op (1924 en 1929–1931; MacDonald). De wereldcrisis dreef conservatieven, liberalen en deels de Labour Party tot elkaar in een poging de Britse economie te herstellen (nationale kabinetten-MacDonald, opgevolgd door resp. Stanley Baldwin en Austen Chamberlain). In 1931 werd de gouden standaard losgelaten. In 1932 werden beschermende tarieven ingevoerd, waarmee ook Groot-Brittannië afscheid nam van het systeem van de vrijhandel.

Het Gemenebest van Naties werd in deze periode ingrijpend gereorganiseerd. Nauwelijks hadden zich de eerste tekenen van economisch herstel voorgedaan (1933), of de agressieve politiek van het fascistische Italië en het nationaal socialistische Duitsland dreef Groot-Brittannië weer in het nauw.

Als alle westerse mogendheden dacht het door toegeven te kunnen winnen. In 1936 beleefde het daarbij een koningscrisis (zie Eduard VIII). Eduard werd opgevolgd door zijn broer George VI (regeerde van 1936 tot 1952). De stuurloze buitenlandse politiek van na 1935 bereikte haar dieptepunt in de overeenkomsten van München (1938; zie Conferentie van München). Pas op het allerlaatst vond een ommekeer plaats. Oorlogsvoorbereidingen werden getroffen. Polen, Griekenland en Roemenië kregen beloften van hulp in geval van oorlog. Groot-Brittannië was echter nog geheel onvoldoende voorbereid, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In mei 1940 werd een coalitiekabinet onder Winston Churchill gevormd, dat de leiding van de oorlogvoering op zich nam. Ook uit deze oorlog kwam Groot-Brittannië zwaar gehavend te voorschijn.

Stanley Baldwin
Stanley Baldwin.
Aangepast zoeken