Economie van Madagascar |
| Foto's van Madagascar |
20/08/11
|
Madagaskar behoort tot de armste landen ter wereld en is overwegend agrarisch; bijna 80% van de bevolking leeft van de landbouw en ca. 80% van de export bestaat uit agrarische producten. Door de slechte economische situatie lijden veel bewoners aan ondervoeding. Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank probeert de overheid sinds 1980 de economie van het land te verbeteren door o.a. privatisering van staatsbedrijven, liberalisering van de handel en vermindering van de uitgaven. De zeer trage economische groei is o.m. het gevolg van de geïsoleerde ligging en de slechte infrastructuur, maar ook van corruptie, lage koffie- en kruidnagelprijzen op de wereldmarkt, foute planning en natuurrampen (droogte en cyclonen). |
Het bruto nationaal product daalde in de jaren tachtig gemiddeld 4% per jaar, maar stabiliseerde zich tussen 1990 en 1995. Het IMF waarschuwde echter begin 1999 dat Madagaskar afstevende op een financiële crisis, doordat de overheid er niet in slaagde het openbaar bestuur te hervormen. In april 1999 kwam er een nieuw Structureel Aanpassings Plan (SAP). Privatisering, ontwikkeling van de particuliere sector en sanering van de overheidsfinanciën zijn de prioriteiten. Het openbaar bestuur is na een grondwetswijziging van 2007 veranderd.
De verbouw van voedingsgewassen op kleinschalige bedrijven overheerst. |
Sinds 1972 moet rijst worden ingevoerd; gestreefd wordt naar zelfvoorziening. Daarnaast worden voor eigen gebruik cassave, zoete aardappelen, bananen, grondnoten en groenten verbouwd. Koffie is het belangrijkste exportproduct (ruim 40% van de totale exportwaarde). Madagaskar is de grootste producent van vanille (70% van de wereldproductie) en neemt ongeveer een derde van de wereldproductie van kruidnagelen voor zijn rekening. Er worden ook sisal, peper, suikerriet, tabak en katoen verbouwd en men is begonnen met de aanleg van theeplantages. Ondanks de grote hoeveelheid vee, die van belang is voor de sociale status, heeft de veehouderij nauwelijks economische waarde. De veehouders zijn halfnomaden. De weidegrond wordt inefficiënt gebruikt. |
![]() |
Er worden vnl. zeboes gehouden, voorts runderen, schapen, varkens, geiten en kippen. Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw vallen grote delen van het regenwoud ten offer aan kaalslag ten behoeve van brandhout, de belangrijkste energiebron in Madagaskar, en de aanleg van rijstvelden. In 1990 was nog maar 15% van het voormalige bosoppervlak over. Oorzaken zijn de enorme bevolkingsgroei, de grote armoede van de bevolking, de buitenlandse schuld ($ 5 miljard in 1995) en de dalende landbouwprijzen op de wereldmarkt van Madagaskars exportgoederen. Visvangst vindt – dankzij de lange kustlijn en de vele meren en rivieren – op groeiende schaal plaats (vooral garnalen; derde exportartikel). Sinds 1986 bestaat een verdrag met de EU over visvangst door EU-landen in de Malagassische wateren in ruil voor betaling. De bosbouw is nauwelijks van belang, ontbossing en bodemerosie vormen een groot probleem. "Madagascar" © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|