Economie van de Sovjet-Unie |
| Beelden Sovjet-Unie | |
De Sovjet-Unie was een socialistische en centraal geleide volkshuishouding: socialistisch omdat alle productiemiddelen eigendom van de staat waren en de politieke macht in handen was van het volk, centraal geleid omdat alle economische activiteiten werden georganiseerd op basis van jaarlijkse, vijfjaarlijkse en lange-termijnplannen, opgesteld door centrale planningsorganen. Jaarplannen en vijfjarenplannen werden geregeld gepubliceerd door de Staats-Planning-Commissie (Gosplan). Desondanks kwam een groot aantal economische transacties (bijv. illegale particuliere economische activiteit) buiten het plan tot stand. De werkelijke economische ontwikkeling verschilde vaak van de ontwikkeling zoals die in de plannen wordt geschetst. |
Het vijfjarenplan, geïntroduceerd in 1928, was het uitgangspunt van de Sovjetplanning. Dit plan moest de structuur van de economie vorm geven, de arbeid van alle mensen bundelen en tot aanwijsbare vooruitgang leiden in het verwezenlijken van de doelstellingen van de partij. Het vijfjarenplan was onderverdeeld in jaarplannen en plannen voor kortere perioden |
![]() |
|
Economie van de Sovjet-Unie. |
||
(kwartaal, maand, tiendagen en vierentwintig uur). Een belangrijk uitgangspunt van de Sovjetplanning was het ‘speerpunten’beginsel. Deze speerpunten waren bepaalde prioriteitssectoren van de economie, waarop de inspanningen van de planners en de allocatie van materiële en menselijke hulpbronnen werden gericht om bepaalde plandoelen te bereiken. In de jaren dertig waren de ‘speerpunten’ de staalproductie en de zware machinebouw; in de jaren veertig de wapenindustrie; in de jaren vijftig staal, steenkool en aardolie; in de jaren zestig de chemische industrie en aardgas; in de jaren zeventig de landbouw en de elektronische industrie; in de jaren tachtig de landbouw en energie. Sinds 1948, toen de wederopbouw grotendeels was voltooid, werd opnieuw begonnen aan een snelle industriële ontwikkeling. Sinds het begin van de jaren vijftig was de groeivoet van het nationale inkomen echter voortdurend gedaald, culminerend in de depressie die begon in 1988.
|
||
De landbouw was georganiseerd in collectieve boerderijen (kolchozen), staatsboerderijen (sovchozen) en de particuliere stukjes land van boeren op de staats- en collectieve boerderijen en van anderen (bijv. stedelingen). Aanvankelijk, toen de sovjetlandbouw gecollectiviseerd werd, waren de voornaamste organisatievormen de collectieve boerderijen, de particuliere stukjes van de leden van de collectieve boerderijen, de machine- en tractorenstations en de staatsboerderijen. Sedertdien waren de machine- en tractorenstations afgeschaft (in 1958) en waren de collectieve boerderijen in toenemende mate samengevoegd en omgezet in staatsboerderijen. Na de dood van Stalin was de positie van de plattelandsbevolking sterk verbeterd. In deze periode ging de agrarische productie aanzienlijk omhoog. Desondanks bleef de landbouw kampen met hoge kosten en scherpe jaarlijkse fluctuaties in de productie. |
De geringe aanvoer van voedsel was in de eerste plaats het resultaat van een combinatie van de prijspolitiek (de staat probeerde stabiele detailhandelsprijzen te garanderen), de stijging van het geldinkomen en de hoge inkomenselasticiteit van de vraag naar voedsel (in het bijzonder naar vlees en andere voedselproducten van hoge kwaliteit). De lage prioriteit die aan de distributiesector werd toegekend, speelde eveneens een rol bij de geringe beschikbaarheid van levensmiddelen. © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |