Beelden van Japan
Duitse geschiedenis : Het Duitse Rijk onder de Habsburgers
Beelden Duitsland

Onder het bewind van Maximiliaan I (1493–1519) werden in het Heilige Roomse Rijk, eigenlijk voor het laatst, interne hervormingen van enig belang doorgevoerd, met name de Eeuwige landvrede, de oprichting van het Reichskammergericht, de indeling in tien Kreitsen en de instelling van de Reichsmatrikelordnung. Dit alles was echter ontoereikend om de reeds vérgevorderde staatkundige desintegratie van het Rijk zelfs maar tot stilstand te brengen. Het uitgeholde keizerschap kon slechts in verbinding met de imposante Habsburgse ‘Hausmacht’ (d.w.z. de macht die de dynastie kon ontlenen aan haar territoriale bezittingen) in de rijkspolitiek nog invloed laten gelden, terwijl de Rijksdag, die in zijn drie collegiën de rijksstanden, te weten de keurvorsten, vorsten en vrije steden, verenigde, al om structurele redenen niet geschikt was om een werkelijk middelpunt van de politieke bedrijvigheid te worden. De blijvende tegenstelling tussen de keizer en het rijksapparaat enerzijds en het ongebreidelde particularisme der rijksstanden, in het bijzonder der territoriale vorsten, anderzijds (in totaal waren er meer dan 2500 staatjes) werden in het tijdperk der Reformatie in aanzienlijke mate verscherpt.

In de streken die protestants werden, wisten de betrokken vorsten en stadsbesturen door de secularisatie van de kerkelijke goederen en door de vestiging van een eigen kerkelijke organisatie, het Landeskirchentum, hun machtspositie te versterken. Doordat ettelijke geestelijke vorstendommen in wereldlijke omgezet werden, zag de keizer daarentegen zijn invloed vooral in het noordoosten van het Rijk ernstig achteruitgaan. De godsdienstige verdeeldheid, door de Godsdienstvrede van Augsburg (1555) bezegeld, werd door de beide partijen als ondraaglijk ondervonden; de pogingen, vooral van rooms-katholieke zijde, om het precaire evenwicht alsnog ten eigen gunste te doen omslaan, leidden ten slotte tot de Dertigjarige Oorlog.

De Habsburgers, die in en buiten Duitsland als aanvoerders van het katholieke kamp optraden, hoopten daarbij ook het keizerschap een nieuwe inhoud te geven. Op het hoogtepunt van de katholieke successen kondigde Ferdinand II in 1629 het Restitutie-edict af, dat indirect ook zijn keizerlijk gezag moest schragen. Toen bleek evenwel dat zelfs de Duitse bondgenoten van het Habsburgse Huis de onbeperkte handhaving van de liberteit der rijksstanden boven het belang van de katholieke zaak stelden, zodat het hele streven op niets uitliep. In de latere fase van de Dertigjarige Oorlog, toen reeds duidelijk was dat op Duitse bodem in feite Europese machtsconflicten werden uitgevochten, vond weliswaar een toenadering plaats tussen de keizer en de overige Duitse vorsten, doch het was al te laat om de noodlottige ontwikkeling te bezweren. De Vrede van Westfalen (1648), die de godsdienstige verhoudingen in het Heilige Roomse Rijk definitief geregeld heeft en zodoende aan het langdurige conflict een eind heeft gemaakt, is in andere opzichten voor de Duitse natie bepaald funest geweest. Het Rijk, dat gedurende die oorlog de zwaarste beproevingen had moeten doorstaan, boette thans voor zijn machteloosheid met het verlies van uitgestrekte gebieden, met name in het westen, en ondervond, wat zijn staatkundige structuur betrof, een verdere verzwakking. Van het keizerschap bleef nauwelijks meer over dan een lege titel, en de afzonderlijke Duitse staten die het Ius foederationis hadden verworven, mochten voortaan nagenoeg zonder beperkingen een eigen buitenlands beleid voeren.

Ferdinand II
Ferdinand II.
Met de opkomst van Brandenburg-Pruisen werd in de rijkspolitiek het tijdperk van het Oostenrijks-Pruisische dualisme ingeluid, dat men zonder meer als de laatste fase van het staatkundig verval van het Heilige Roomse Rijk kan beschouwen. Immers, beide mogendheden, aan de oostelijke periferie van het Duitse grondgebied gelegen en grotendeels, als staten met een eigen karakter, de Duitse verhoudingen ontgroeid, beschouwden de rest van het Rijk als speelruimte voor hun niets ontziende belangenpolitiek, daarin gevolgd door kleinere landen als Saksen, Beieren en Hannover. Voor de ontbinding van het Heilige Roomse Rijk was het feit typerend, dat men in de volksmond ten slotte nog maar de versnipperde gebieden aan de Midden-Rijn het Rijk noemde.
Aangepast zoeken