Duitse geschiedenis : De Franse overheersing
|
Beelden Duitsland |
De periode van revolutionaire en Napoleontische oorlogen (1792–1815; zie coalitieoorlogen) was voor Duitsland een tijd van zware beproevingen en diepgaande veranderingen, vooral op politiek gebied. Nog voor de 18de eeuw om was, lijfde het zegevierende Frankrijk al het land aan de linker Rijnoever in. Om de Duitse vorsten die hierdoor hun bezittingen verloren hadden, schadeloos te stellen, werden door de beschikking van de Reichsdeputationshauptschluss (1803) de geestelijke vorstendommen en de meeste dwergstaatjes onder de gegadigden verdeeld, waarbij de door Frankrijk begunstigde Zuid-Duitse landen Beieren, Württemberg en Baden en ook het neutrale Pruisen het leeuwendeel van de buit wisten in te palmen. Napoleon zag toen en later de kans schoon de Franse invloed in Duitsland stelselmatig te versterken. Toen in 1806 zestien Duitse vorsten onder leiding van de vorst-aartsbisschop van Mainz, von Dalberg, de Rijnbond stichtten, betekende dat de ondergang van het Heilige Roomse Rijk. Zijn laatste keizer, Frans II (1792–1806), die sinds 11 augustus 1804 de titel van keizer van Oostenrijk voerde, legde op 6 augustus 1806 onder Franse druk zijn oude waardigheid neer. |
Kort daarop geraakte Pruisen, dat tot dan toe geheel Noord-Duitsland buiten de oorlog had gehouden, in een gewapend conflict met Frankrijk, dat voor de eerstgenoemde mogendheid een rampspoedig verloop had. Alleen op voorspraak van de Russische tsaar liet men in het vredesverdrag van Tilsit (1807) een gehalveerd Pruisen voortbestaan, dat evenwel door loodzware materiële lasten, die het bij die gelegenheid opgelegd kreeg, aan Frankrijk werd gekluisterd. De door Pruisen afgestane gebieden in Duitsland werden deels onder de Rijnbondsstaten verdeeld, deels als koninkrijk Westfalen aan Napoleons jongste broer Jérôme overgedragen. In 1810 werd, tegelijkertijd met de annexatie van Holland, een brede kuststrook in Noordwest-Duitsland, met de havensteden Bremen, Hamburg en Lübeck, door Frankrijk ingelijfd. |
Op Pruisen en Oostenrijk na waren intussen alle nog bestaande Duitse staten leden van de Rijnbond geworden, die onder het beschermheerschap van Napoleon stond en een instrument van Franse politiek was. De omstandigheid dat het grootste deel van de Duitse natie rechtstreeks of indirect onder Franse heerschappij was geraakt, wekte er om verscheidene redenen ontevredenheid, maar een nationaal bewust verzet kwam nochtans maar zelden voor. Alleen in het vernederde Pruisen werden de ontwikkelde kringen dragers van een anti-Franse oppositie, die deels een romantisch-nationaal, deels een behoudend-Pruisisch karakter had. De bevrijdingsoorlog van 1813–1815 |
![]() |
Hamburg. www.mosaegrouptravel.nl |
bleef in Duitsland daarom in de eerste plaats een diplomatieke en militaire aangelegenheid, terwijl slechts een deel van het publiek nationale geestdrift aan de dag legde. |
![]() Aangepast zoeken
|