Duitsland
Duitse economie
Beelden Duitsland

Duitsland is een van de belangrijkste industrielanden ter wereld. In 2002 bedroeg het bruto nationaal product (bnp) 2,132 miljard euro, het hoogste ter wereld na dat van de Verenigde Staten en van Japan. Het inkomen per hoofd van de bevolking bedroeg dat jaar volgens de OESO 24,830 dollar. Het land verhandelt na de Verenigde Staten de meeste goederen. Hierdoor is het sterk afhankelijk van de economische omstandigheden in andere landen. Duitsland is invloedrijk in de internationale politiek en maakt deel uit van de G8, de club van sterkste industrielanden en Rusland. De Bondsrepubliek is de economische motor van de Europese Unie. Samen met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft ze het voortouw bij de politieke en economische ontwikkelingen in de EU, waarbij het land sinds het aantreden van de regering Schröder een meer zelfbewuste koers is gaan varen. De Duitse Mark (DM) was een van de meest waardevaste valuta uit de moderne geschiedenis.

Het economische stelsel van na 1945 kan men een sociale markteconomie noemen. De overheid verstrekt de kaders waarbinnen de economische ontwikkelingen worden gewenst, maar heeft geen directe bemoeienis met bijvoorbeeld de vorming van lonen en prijzen.

De leiding door de staat komt onder andere tot uiting in de ‘Konzertierte Aktion’, een tripartiet overleg tussen de overheid, de werkgevers- en de werknemersorganisaties om conjunctuurbeleid te voeren. Door een veelomvattende sociale wetgeving, waarvoor overigens in de jaren twintig van de vorige eeuw de wortels al werden gelegd, is bij een stijgende arbeidsproductiviteit de arbeidsvrede goeddeels bewaard gebleven. De vakbonden hebben veel invloed verworven bij de totstandkoming van het economische beleid.

In de laatste decennia van de twintigste eeuw vervijfvoudigde het aandeel van de dienstensector in de economie. Dit heeft te maken met de globalisering, onder welke invloed de rijke, westerse landen met hoge kosten voor arbeid zich meer zijn gaan toeleggen op het ontwikkelen en produceren van hoogwaardige technologie.

Thans wordt 63% van het bnp geproduceerd door de dienstensector en 34% komt van de industrie en de mijnbouw. Het aandeel van de agrarische sector liep de afgelopen decennia sterk terug tot ongeveer 3%. De Duitse verzorgingsstaat is te duur aan het worden. Hiervoor is een reeks van structurele oorzaken aan te wijzen. De kosten voor het hoogwaardige sociale en medische zorgstelsel, de pensioenen, de hoge loonkosten en de uitgaven voor het werkloze deel van de beroepsbevolking (4,5 miljoen mensen in het voorjaar van 2003) tasten de draagkracht van de Duitse bevolking aan, waardoor de consumptie daalt. Daarnaast hebben deze stijgende kosten een inflatoir effect op de kosten voor arbeid. De noodzakelijke economische en maatschappelijke hervormingen blijven niettemin uit, op enkele voorzichtige en volstrekt ontoereikende pogingen na.

Duitse economie
Duitse economie.

Een verdere grote uitgavenpost in de afgelopen jaren was die voor de ontwikkeling van de oostelijke deelstaten. Sinds 1990 is daar meer dan 750 miljard euro geïnvesteerd in de zogenaamde ‘Aufbau Ost’, een bedrag dat naar draagkracht door alle Duitse burgers gezamenlijk werd opgebracht. In Duitsland zijn de traditionele industrie en de lagere dienstverlening relatief sterker vertegenwoordigd dan in de vergelijkbare buurlanden. Dit is gedeeltelijk een erfenis van de DDR, maar geldt ook in de westelijke deelstaten. Het entrepreneurschap genoot om verschillende redenen de bescherming van opeenvolgende regeringen. Tot overmaat van ramp valt als gevolg van de economische recessie thans ook de groei tegen, waardoor de staatsinkomsten uit belastingen sterk tegenvallen.

De lange traditie van samenwerking tussen werkgevers en werknemers lijkt inmiddels te bezwijken onder de last van de hoge kosten die verbonden zijn aan de sociale kanten van de markteconomie. Economische hervormingen lijken onafwendbaar, maar duidelijk is dat de inflexibele arbeidsmarkten moeten worden opgeschud met mogelijkheden voor deeltijdarbeid en arbeidsbemiddeling, het belastingstelsel kan worden gesimplificeerd, het pensioenstelsel verder kan worden geprivatiseerd en de bescherming van de kleine ondernemingen kan worden aangezegd. Over de precieze inhoud van de hervormingen tasten economen en politici thans nog in het duister, en zijn de vakbonden en de werkgevers sterk verdeeld.

Aangepast zoeken