Denemarken

Economie van Denemarken : Industrie, Mijnbouw en energievoorziening

Foto's van Denemarken
26/07/11

De industrie ontwikkelde zich later dan die in de meeste andere West-Europese landen. Van oudsher vormt de landbouw een stimulerende factor (landbouwmachines, kunstmest, zuivelproducten en andere voedingswaren). De voedingsindustrie is nog steeds de grootste industriële werkgever, gevolgd door de machinebouw en de metaalindustrie. Ook qua opbrengst staan de voedingsindustrie en machinebouw bovenaan.

Mijnbouw en energievoorziening

Denemarken moet vrijwel alle grondstoffen invoeren. Het winnen van zandsteen, zand, leem, zout en zwavel heeft enige betekenis. De op de Noordzee gewonnen olie en aardgas leverden in 1999 33 miljard kWh, waarvan ca. 7 miljard geëxporteerd werd. Denemarken wekt geen nucleaire energie op. Windenergie wint aan belang.

De economie is exportgericht, resulterend in een solide overschot op de lopende rekening. De belangrijkste exportproducten zijn vlees, vis, en industriële machinerie. De belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, Zweden en Groot-Brittannië.

Danmarks Nationalbank is de centrale bank. In 1995 waren er 78 handels- en 186 spaarbanken. De staatsschuld liep in de jaren negentig aanvankelijk snel op, maar was in 2000 teruggebracht tot $ 99,9 miljard.

Verkeer

Verkeer- en brugverbindingen spelen een belangrijke rol in het verkeer. Op 1 juli 2000 werd de zestien kilometer lange brugtunnel over de Sont geopend, die Kopenhagen met het Zuid-Zweedse Malmö verbindt. De afstand kan per trein of auto in twintig minuten worden afgelegd.

Denemarken : Industrie
Denemarken : Industrie
De totale kosten van het project bedroegen $ 3,7 miljard. Een andere grote brug is de Storstrømbrug tussen Seeland en Falster (3211 m). Een andere brugtunnelverbinding voor het trein- en autoverkeer is de 20 km lange verbinding tussen de eilanden Seeland en Funen, die in 1997 is geopend. Er zijn veerverbindingen met Zweden, Duitsland, Noorwegen en Groot-Brittannië. De handelsvloot, van oudsher van belang, is een van de modernste ter wereld. De belangrijkste havens zijn Kopenhagen, Århus, Ålborg, Esbjerg en Frederikshavn. De spoorwegen zijn in hoofdzaak een staatsaangelegenheid (2351 km), hoewel met name voor het vrachtvervoer ook particuliere lijnen (508 km) van betekenis zijn. Het Deense spoorwegnet is door de opkomst van de autobus na de Tweede Wereldoorlog sterk uitgedund. Het wegverkeer beschikt over een zeer dicht wegennet (ruim 71 000 km). Slechts een klein gedeelte hiervan (ca. 7%) bestaat uit snelwegen. Het internationale luchtverkeer maakt gebruik van de luchthaven Kastrup, bij Kopenhagen. Daarnaast zijn er nog twaalf commerciële vliegvelden. Det Danske Luftfarsselskab is een van de drie sedert 1 oktober 1950 in SAS samenwerkende Scandinavische luchtvaartmaatschappijen. Daarnaast bestaan er nog vier kleinere, ongebonden Deense maatschappijen. "Denemarken" © Schriftelijke door en Encarta.
Tilpasset søgning