China
Chinese bevolking
Foto's van China

De schattingen over omvang en groei van de bevolking lopen nogal uiteen. Officieel woonden in 2006 1314 miljoen mensen in China, maar onofficiële bronnen wezen op een beduidend hoger inwoneraantal. De bevolkingsgroei is volgens officiële cijfers in de afgelopen jaren gedaald tot 0,59% (2006). De bevolking is aan het verouderen: nog slechts 21% is jonger dan 15 jaar (2006) waar dat een decennium geleden nog 25% was. Na 1953 is het geboortecijfer teruggelopen (van 3,7% tot 1,3% in 2006) als gevolg van een intensieve campagne voor gezinsplanning en van maatschappelijke veranderingen (o.a. één-kind-politiek, inschakeling van de gehuwde vrouw in het productieproces en uitbreiding van het onderwijs). Ook het sterftecijfer is in deze periode sterk gedaald (van 22‰ tot 7,0‰) als gevolg van verbeteringen in de sanitaire en hygiënische omstandigheden en een uitbreiding van de medische voorzieningen. In 2006 bedroeg de geschatte gemiddelde levensverwachting bij geboorte 71 jaar voor mannen en 74 jaar voor vrouwen.

Uitgezonderd Taiwan, worden er geacht 15 tot 30 miljoen Chinezen in het buitenland (in hoofdzaak in Zuidoost-Azië) te wonen. De Chinezen zelf geven hogere cijfers op dan de landen waar zij wonen. In deze landen worden Chinezen die in het land geboren zijn, vaak niet meer als Chinezen beschouwd.

Samenstelling en spreiding

De eigenlijke Chinezen (Han) vormen ca. 92% van de totale bevolking. De resterende 8% bestaat uit een groot aantal groepen (ca. 55) waarvan de voornaamste zijn de Zhuang, Hui, Uyguren (Oejgoeren), Yi, Miao, Man (Mantsjoes), Xizang (Tibetanen) en Menggu (Mongolen).

De politieke betekenis van deze 'nationale minderheden' is belangrijk, omdat ze strategisch belangrijke grensgebieden bewonen en in de regel tot de volken behoren die ook in de buurstaten wonen.

Het is echter bekend dat naar deze gebieden (o.a. Xinjiang Uygur, Heilongjiang, Jilin en Binnen-Mongolië) een sterke migratie van eigenlijke Chinezen heeft plaatsgevonden om de ontwikkeling te versnellen, maar wellicht ook om het ‘Chinees maken’ van de niet-Chinese streken te bewerkstelligen.

De grootste bevolkingsconcentraties bevinden zich in de kustgebieden en in de vruchtbare valleien van de Huang He en Yangzi Jiang. De urbanisering is nog altijd laag maar neemt snel toe: ca. 39% van de bevolking leeft in de steden. Weliswaar is voor de jaren vijftig een sterke trek naar de steden gemeld (1950: 10% van de totale bevolking woonachtig in steden; 1960: 15%), doch later is aan deze ontwikkeling een halt toegeroepen (o.a. door het verbod zich in de stad te

Chinese bevolking
Chinese bevolking. © Beeld Emmanuel Buchot.

vestigen zonder werkvergunning) en zijn zelfs aanzienlijke groepen mensen uit de steden naar het platteland overgebracht. De in de jaren 1990 ingezette snelle economische groei leidde tot een nieuwe sterke trek naar de steden.

Shanghai is met zijn (2000) 12,9 miljoen inwoners de grootste stad van China, gevolgd door Peking (10,8 miljoen inw.). Andere steden waarvan het bevolkingsaantal de 1 miljoen overschrijdt, zijn o.m. Tianjin, Chengdu, Wuhan, Changhun, Chongqing, Xi'an en Kanton (Guangzhou). © Schriftelijke door en Encarta

Tilpasset søgning