Australië : De periode 1945–1975 |
| Foto's van Australië |
13/08/11
|
In de Tweede Wereldoorlog had Australië het voor een kleine natie enorme aantal van 870 000 man aan troepen weten op te brengen. Zich er van bewust, dat het zich niet straffeloos dergelijke inspanning kon veroorloven, ging de regering, waarin J.B. Chifley de in juli 1945 overleden Curtin opvolgde, over tot een andere immigratiepolitiek. Op buitenlands gebied wierp Australië zich bij monde van zijn minister van Buitenlandse Zaken, H.E. Evatt, min of meer op als kampioen van de kleine staten. Met Nederland, aan welk land het een dienst bewees door aan de Nederlands-Indische regering van 1942 tot 1945 asiel te verlenen, verkoelden de betrekkingen aanzienlijk toen Nederland moeilijkheden in Indië ging ondervinden. Bij de verkiezingen van sept. 1946 bleef de regering, zij het met verminderde meerderheid, vast in het zadel. |
Bij de verkiezingen in dec. 1949 behaalde de oppositie van liberalen onder Robert Menzies en de Country Party onder Fadden de overwinning. Een kabinet werd nu gevormd onder Menzies, die de komende zestien jaar Australië met vaste hand zou leiden in een veranderende wereld. Verkiezingen in april 1951 brachten weliswaar winst voor de Laboroppositie, maar de regering behield haar meerderheid. Ook bij de verkiezingen van mei 1954 wist de coalitieregering zich, zij het met opnieuw geslonken meerderheid, te handhaven. In dec. 1958 werd de regeringsmeerderheid zelfs weer versterkt. Ook na de verkiezingen van dec. 1961, okt. 1963 en jan. 1966 bleef de rechtse coalitie, zij het met wisselende meerderheden, aan het bewind. Premier Menzies trad in jan. 1966 als premier en partijleider af. Hij werd opgevolgd door Harold Holt, die al spoedig stierf (dec. 1967). |
Liberale premiers na hem waren John Gorton (jan. 1968–maart 1971) en William McMahon (maart 1971–dec. 1972). De rechtse coalitie streefde ernaar door de krachtige bevordering van de immigratie het bevolkingsvacuüm dat Australië in het Verre Oosten vormde, zo snel mogelijk op te vullen. In de buitenlandse politiek bleef Australië trouw aan het Gemenebest van Naties. Door het verlies van Brits-Indië en Birma als betrouwbare steunpunten van het Britse imperiale defensiesysteem in het Verre Oosten kwam het zwaartepunt hiervan in Australië te liggen. Van betekenis was ook het gebruik van de Australische woestijn (Woomera) als proefterrein voor Britse kernwapens. De trouw aan het Gemenebest deed Australië echter niet blind zijn voor de verzwakking van Engeland. Voor zijn veiligheid zocht het dan ook steeds meer aansluiting bij de Verenigde Staten. Het trad toe tot het ANZUS-pact en tot de Zuidoost-Aziatische Verdragsorganisatie (SEATO). Met Nederland kwam het in de tweede helft van de jaren vijftig tot samenwerking bij de ontwikkeling van Nieuw-Guinea, waarvan het westen door Nederland, het oosten door Australië werd bestuurd. Toen in 1962 over westelijk Nieuw-Guinea een oorlog tussen Nederland en Indonesië dreigde, onthield Australië Nederland zijn steun. Een krachtiger houding nam de regering-Menzies aan toen in 1963 tussen Indonesië en Engeland ernstige spanning ontstond over de Federatie Maleisië. |
![]() |
Robert Menzies. |
Australië verleende ook militaire steun aan de Verenigde Staten in de oorlog in Vietnam. De in nov. 1972 gehouden verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden brachten een verrassende overwinning voor de Laborparty van E. Gough Whitlam. In de buitenlandse politiek betekende diens bewind een meer neutrale, op de Derde Wereld en Azië gerichte koers. Met Nieuw-Zeeland voerde Australië actie tegen Franse kernproeven in de Grote Oceaan (1973). Australisch Nieuw-Guinea (bestaande uit de kolonie Territory of Papua in het zuiden en het door Australië in opdracht van de Verenigde Naties bestuurde Trust Territory of New Guinea, de voormalige Duitse kolonie) kreeg in sept. 1975 onafhankelijkheid onder de naam Papoea Nieuw-Guinea. "Australië," © Schriftelijke door Emmanuel BUCHOT en Encarta |
![]() Tilpasset søgning
|