Stadbeeld van Athene : De Agora
|
Beelden Griekenland |
Als agora diende sedert het begin van de 6de eeuw v.C. het flauw hellend terrein ten noordoosten van de Acropolis, door Amerikaanse archeologen opgegraven (1931–1940 en 1946–1960). De oudste vondsten zijn graven van vóór 3000 v.C.; van ca. 1200 v.C. af zijn er sporen van bewoning. In de 6de eeuw v.C. begonnen de openbare werken. Zo bouwden de zoons van de tiran Pisistratus er de grootste fontein, de Enneakrounos. De grote bouwbedrijvigheid begon echter na de hervormingen van Clisthenes, tegen 500 v.C. Aan de zuidzijde werd het terrein opgehoogd en omheind voor de rechtbank, de Heliaia. Aan de westzijde verrees het Bouleuterion, een vierkant gebouw met raadzaal en administratieve ruimten voor de Raad van 500. Na de verwoesting door de Perzen heeft Cimon (470–461) allereerst de Agora bebouwd. Aan de westzijde verrees de Tholos, een rond gebouw voor de officiële maaltijden van de voorzitters (prytaneis) met keuken annex en slaapgelegenheid voor enigen van hen. Ook dateert uit die tijd de Stoa Poikilè (nog niet opgegraven). |
In het laatste kwart van de 5de eeuw v.C. werden aan de westzijde de Stoa van Zeus (of Stoa Basileios) met zijn uitspringende vleugels gebouwd en het nieuwe Bouleuterion, in het zuiden de Zuid-Stoa. In de 4de eeuw v.C. werden enige kleine tempels toegevoegd, o.a. van Apollo Patroös, naast de Stoa van Zeus. In de 2de eeuw v.C. werd aan de zuidzijde door de bouw van nieuwe stoai, enz. een deel afgezonderd voor de rechtspraak. Op de plaats van het oude Bouleuterion werd het Metroön gebouwd, dat zowel een tempel voor de Moedergodin als het staatsarchief bevatte. Als sluitstuk verrees aan de oostzijde de grootse Stoa van Attalus, geschenk van Attalus II van Pergamum (160–138 v.C.), een dubbele stoa met winkelruimten erachter en twee verdiepingen hoog. Het gehele gebouw is zorgvuldig gereconstrueerd en dient nu als Agoramuseum. |
Onder Augustus werd op de Agora het Odeion van Agrippa gebouwd; ca. 400 n.C. werd er een gymnasium overheen gebouwd, waartoe de thans overeind staande reusachtige beelden behoren. Ook werd van elders een 5de-eeuwse tempel van Ares overgebracht. Ten slotte richtte een zekere Panainos in het begin van de 2de eeuw n.C. naast de Stoa van Attalus een bibliotheek op. Ook op de Agora stonden vele beelden opgesteld, waarvan de Tirannendoders het beroemdst zijn. De Agora wordt beheerst door het Hephaisteion op de Kolonos Agoraios, de heuvel die de westelijke begrenzing van de Agora vormt. Deze tempel (vroeger ten onrechte voor de verdwenen tempel van Theseus |
![]() |
Agora van Athene. Beeld freewebs.com |
gehouden en daarom nog steeds wel Theseion genoemd) is een Dorische peripteros (14 × 32 m), met zes zuilen aan voor- en achterzijde, dertien aan de zijkanten. In de langgerekte cella stonden, aan drie kanten door een zuilenrij omgeven, de bronzen beelden van Hephaestus en Athena door Alcamenes. Boven voor- en achtergalerij zijn friezen aangebracht. De tien metopen aan de oostkant van de zuilenomgang stellen de heldendaden van Heracles voor, de daarbij aansluitende vier aan noord- en zuidzijde die van Theseus. In het oostfronton werd de introductie van Heracles in de Olympus, in het westfronton de strijd tussen Lapithen en Centauren afgebeeld. De acroteria stelden de Hesperiden voor. De tuin rondom de tempel is een zorgvuldige reconstructie van de oorspronkelijke. |
Schuin over de Agora loopt de weg waarlangs de Panatheneïsche processie van de dubbele westelijke (naar Eleusis leidende) stadspoort, het Dipylon, naar de Acropolis ging. Buiten deze poort ligt de Kerameikos, van oudsher een begraafplaats en in gebruik vanaf de 12de eeuw v.C. Grote geometrische amforen (zgn. Dipylonvazen) kwamen hier te voorschijn (thans in het museum annex). Uit het eind van de 5de en in de 4de eeuw v.C. dateren de fraai gebeeldhouwde grafstenen (stelai), die aan de rand van de familiegraven aan de straatkant stonden opgesteld. Vanouds een belangrijke rol speelden de beide heuvels ten westen van de Acropolis. Op de Pnyx, de heuvel waar de volksvergadering, de Ecclesia, werd gehouden, werd ca. 500 v.C. een theaterachtige vergaderzaal gebouwd, later tweemaal vernieuwd. Ook werden er twee stoai toegevoegd. De thans nog zichtbare steunmuur en andere resten stammen uit de 4de eeuw en de hellenistische periode. De Areopagus, de 'Ares-heuvel', waar het hoogste gerechtshof zitting hield (zie Areopagus), was van de Myceense tijd tot in de 8ste eeuw v.C. begraafplaats; sedert de 8ste eeuw ging men hem bewonen. Er zijn verscheidene huizen uit de 5de en 4de eeuw v.C. opgegraven, o.a. van handwerkers, met werkplaats annex. Emmanuel Buchot en Encarta |
Tilpasset søgning
|