Stad Amsterdam

Geschiedenis van Amsterdam : Einde van de middeleeuwen

Beelden Nederland
Einde van de middeleeuwen

Door de uitbreiding van de stad na de grote stadsbrand van 1421 heeft zij reeds in 1425 de gedaante gekregen die ons door de schilderijkaart van Corn. Anthoniszn. van 1538 vertrouwd is. Amsterdam telde in 1538 ca. 30 000 inwoners, dus meer dan enige andere Noord-Nederlandse stad. De bevolkingsaanwas heeft de bisschop van Utrecht in 1408 genoopt de parochie in tweeën te splitsen (stichting van de Nieuwe of Sint-Catharinakerk). Deze eeuw is tevens voor Amsterdam de eeuw van de kloosterstichting geweest (22 kloosters). De aarden omwalling met houten palissadering rondom de stad werd in 1481 door een stenen muur vervangen; hiervan resten nog St.-Anthoniespoort (Waag), Schreierstoren en Munttoren.

Als handelsstad kende het middeleeuwse Amsterdam geen scherpe klassetegenstellingen. In de 16de eeuw begonnen reformatorische bewegingen de betrekkelijk rustige ontwikkeling van de stad te verstoren (dopers, 1535; Beeldenstorm, 1566), waardoor het stadsbestuur buiten de stad steun moest zoeken bij de landsregering. Bij de nadering van de koninklijke troepen in 1567

koning Filips II
koning Filips II.

weken de gereformeerden uit en werd de stad door Alva bezet. Toen de krijgskans in 1572 keerde, probeerden andere steden Amsterdam, dat koning Filips II trouw was gebleven, af te sluiten voor de handel, waaraan pas een einde kwam door de Satisfactie van 8 febr. 1578, waarbij de stad zich met Holland verzoende. Op 26 mei d.a.v. kwam het tot een revolutie, de Alteratie, waarbij de oude regering alsmede de geestelijkheid uit de stad werd geleid, waarna de drie stedelijke schutterijen een nieuwe regering kozen.

De Gouden Eeuw

De hernieuwde onderwerping van de Zuidelijke Nederlanden aan het Spaanse gezag, die haar bezegeling vond in de verovering van Antwerpen door Parma in 1585, betekende een nieuw keerpunt in de geschiedenis van Amsterdam. Antwerpen was het voornaamste handelscentrum van West-Europa geweest.

De verovering van die stad, gevolgd door de sluiting van de Schelde door de geuzenvloot, deed vele Zuid-Nederlandse kooplieden de wijk nemen naar het noorden, met name naar Amsterdam. Iets later kwamen gevluchte of verbannen Portugese joden zich daar vestigen, gevolgd door andere vreemdelingen. Handelsrelaties en handelskennis dier vreemdelingen werkten de ongekend snelle expansie van de Amsterdamse handel aan het einde van de 16de en het begin der 17de eeuw in de hand. De van oudsher belangrijke Oostzeehandel groeide als nooit tevoren, de handel met Rusland werd de Engelsen ontnomen en de Straatvaart, dwz. de handel op Italië en de Levant door de Straat van Gibraltar, nam een aanvang. De walvisvangst bleef ook na de opheffing van de Noordse Compagnie tot diep in de 18de eeuw van groot belang. Een consortium van Amsterdamse kooplieden was het dat in 1595 Cornelis de Houtman als eerste naar Indië zond.

Amsterdam participeerde sinds de oprichting in 1602 voor ten minste de helft in de Verenigde Oost-Indische Compagnie. "Amsterdam" © Schriftelijke door en Encarta