Kroatië

Algerije : De 21ste eeuw

Foto's van Algerije
7/08/11

Het geweld van extremistische groepen, waarbij op soms gruwelijke wijze jaarlijks honderden mensen werden vermoord, hield in de eerste jaren van de 21ste eeuw aan. Voor het geweld waren twee moslimextremistische groepen verantwoordelijk, beide fel gekant tegen president Abdelaziz Bouteflika’s verzoeningspolitiek: de Gewapende Islamitische Groepen (GIA), die vooral aanslagen pleegde op burgers, en de van de GIA afgesplitste Salafistische Groep voor Prediking en Strijd (GSPC), die militaire doelen aanviel. Het AIS, de militaire vleugel van het verboden Islamitische Heilfront (FIS), had zichzelf in 2000 ontbonden na het bereiken van een amnestieregeling met de regering. Ondanks oproepen van leiders van de AIS en de GSPC.

Berbers protesteerden in 2001 voor officiële erkenning van de Berberse taal. De protesten liepen uit op gewelddadigheden en werden door de oproerpolitie hard neergeslagen. Een onderzoekscommissie uitte felle kritiek op het politie-optreden. President Bouteflika besloot tot veler verrassing het Tamazight als nationale taal te erkennen, hetgeen in 2002 door het parlement werd bekrachtigd. Het besluit vormde een ommezwaai in de traditionele arabiseringspolitiek, ook al bleef het Arabisch de enige officiële taal.

Veiligheidsdiensten meldden in 2002 de liquidatie van de leider van de GIA, Antar Zouabri. Twee leiders van het FIS, partijleider Abassi Madani en vicevoorzitter Ali Belhadj, werden in 2003 vrijgelaten uit de gevangenis. Zij waren in 1991 gearresteerd, vlak na de door het FIS gewonnen eerste verkiezingsronde.

President Bouteflika werd in 2004 herkozen met 85% van de stemmen. Bouteflika was ondanks de repressie van pers en oppositie populair, vooral door de afname van het extremistische geweld. Feitelijk was alleen de GSPC nog actief met aanslagen, maar GSPC-leider Sahraoui werd in 2004 gedood. De GSPC had¡¡zich in 2003 bij al-Qaida aangesloten. In 2005 werd de Nationale Commissie voor Algemene Amnestie (CNAG) ingesteld, onder voorzitterschap van oud-president Ahmed Ben Bella. De commissie zou toezien op de uitvoering van de amnestieregeling voor extremisten die de wapens hadden neergelegd. De GSPC verwierp het amnestie-aanbod. Ondanks oproepen in 2006 van leiders van de AIS en de GSPC de wapens neer te leggen, werd het land herhaaldelijk getroffen door gewelddadige acties. Er zouden in 2007 naar schatting nog ongeveer zevenhonderd strijders actief zijn. De GSPC was opgegaan in ‘al-Qaida in Islamitisch Noord-Afrika’.

Onder Bouteflika's bewind was de relatie met voormalig kolonisator Frankrijk verbeterd. De regeringen intensiveerden hun samenwerking op het gebied van terreurbestrijding. Bouteflika bezocht Frankrijk in 2000, en de Franse president Jacques Chirac was in 2003 het eerste Franse staatshoofd dat het sinds 1961 onafhankelijke Algerije bezocht.

Ahmed Ben Bella
Ahmed Ben Bella.
Bouteflika zette na zijn herverkiezing zijn beleid van verzoening met moslimfundamentalisten voort. Tegelijkertijd werkte hij aan de emancipatie van de vrouw door het familierecht te hervormen, naar het voorbeeld van de buurlanden Tunesië en Marokko. "Algerije," © Schriftelijke door en Encarta
Tilpasset søgning