India
Indiase economie : Agrarische sector
Beelden India

India is vnl. een agrarisch land. Ongeveer 75% van de bevolking woont op het platteland. De agrarische sector biedt aan ruim 65% van de beroepsbevolking werkgelegenheid en draagt voor ca. 30% bij aan het nationaal inkomen. De agrarische productie is internationaal gezien sterk in betekenis afgenomen en is tegenwoordig vnl. gericht op de binnenlandse markt. Het landbouwareaal wordt voor meer dan 80% gebruikt voor de verbouw van voedselgranen (rijst, tarwe). Als gevolg van de klimatologische omstandigheden kent India twee oogstseizoenen: de kharif, na de natte, hete zomer (vnl. rijst, katoen en gierstsoorten), en de rabi, na de koele winter (vnl. tarwe, bonen en aardappelen). Rijstverbouw is kenmerkend voor het nattere deel van India: de Ganges in West-Bengalen, Assam, Orissa, Andhra Pradesh, Tamil Nadu en Kerala; tarwe is hoofdgewas in de Punjab, Haryana en westelijk Uttar Pradesh, gierst op de Deccan. De belangrijkste (export)handelsgewassen zijn katoen (Noord-Deccan, Gujarat), jute (West-Bengalen) en thee (Himalaja, Zuid-India). Koffie, suiker (Uttar Pradesh, Bihar), specerijen, noten, tabak (Tamil Nadu, Andhra Pradesh) en rubber (Zuidwest-Ghats) zijn vnl. gewassen voor de binnenlandse markt.

Hiervan worden thee, koffie, tabak, specerijen en rubber op plantageondernemingen verbouwd. De veestapel heeft een laag economisch rendement, mede door de religieuze gewoonte de koe te respecteren. Van systematische veehouderij is vrijwel geen sprake: de economische rol van de runderen is vooral die van trek- en lastdier. Alleen in de Punjab wordt de melkveehouderij gestimuleerd. De agrarische bedrijven zijn, globaal gesproken, klein. Het meest verbrokkeld is het landbezit in Oost-India (Bihar); in de Punjab, India's rijkste landbouwgebied, vindt men vooral (middel)grote gemoderniseerde bedrijven; zeer grote, extensieve bedrijven komen alleen voor in de drogere, minder vruchtbare gebieden (Centraal-India).

Ongeveer 20% van het grondgebied van India is met bos bedekt en ongeveer de helft daarvan wordt geëxploiteerd. Sandelhout (oostelijk Madhya Pradesh, Zuid-Bihar en Orissa) en teakhout (westelijke Deccan) zijn de belangrijkste producten. De daling van de hoeveelheid bosgronden, behalve door excessieve houtkap m.n. ook door erosie en verzilting van de bodem, probeert de overheid tegen te gaan met herbebossingsprojecten. Emmanuel Buchot - Encarta.

Indiase landbouw
Indiase landbouw. Beeld E. Buchot
Aangepast zoeken